Leden van de Staten-Generaal,

Tien jaar geleden mocht ik voor het eerst in uw midden de Troonrede uitspreken. Tien jaar waarop ik dankbaar terugkijk. Sommige gebeurtenissen waren indringend en rauw van verdriet, zoals de aanslag op vlucht MH17. Op andere momenten ging emotie hand in hand met heling en verbondenheid, zoals dit jaar op 1 juli, tijdens de herdenking van de afschaffing van de slavernij. Natuurlijk denk ik aan de coronaperiode, die zo diep ingreep in ieders persoonlijk leven. En uiteraard denk ik aan de oorlog in Oekraïne. Het zijn dit soort momenten en gebeurtenissen die voor altijd deel uit zullen blijven maken van onze geschiedenis en die in uw en mijn geheugen staan gegrift. 

Daarnaast waren er de honderden hartverwarmende bezoeken die ik in deze eerste tien jaar in het hele Koninkrijk mocht afleggen, met duizenden inspirerende ontmoetingen. Die hebben een onvergetelijke indruk op mij gemaakt. Nederland blijkt keer op keer een land van ondernemende en initiatiefrijke mensen die voor en met elkaar het goede willen doen, in verbondenheid met hun buren, dorp, stad, vereniging of regio. Het is dezelfde diepe verbondenheid die ik ook weer voelde bij mijn laatste bezoek aan het Caribisch deel van het Koninkrijk. Ik ontleen er de vaste overtuiging aan dat het maatschappelijk weefsel van onze samenleving bescherming verdient. Er schuilt een grote samenbindende kracht in alles wat mensen met elkaar bereiken in het kleine, het dagelijkse, het gewone. Verbinding ontstaat waar mensen bij elkaar komen. Dat is niet vanzelfsprekend, maar vraagt blijvende aandacht en inzet van ons allemaal. 

Wie van buiten naar de Nederlandse samenleving kijkt, ziet op het eerste gezicht een aantrekkelijk land met goede voorzieningen en een sterke economie, ingebed in krachtige internationale structuren die beschermen en welvaart brengen. Maar achter dat positieve beeld gaat de permanente opdracht schuil om te blijven werken aan kansengelijkheid, bestaanszekerheid en perspectief. Voor lang niet iedereen zijn een fatsoenlijk huis, een goede gezondheid en een veilige thuissituatie vanzelfsprekend. Niet elk kind krijgt dezelfde kansen op een goede toekomst en niet iedere inwoner van ons land voelt zich gehoord en gezien. Er is nog altijd discriminatie en racistische uitsluiting in de samenleving. Ook daarom blijft de verwerking van het slavernijverleden juist na dit herdenkingsjaar in het hele Koninkrijk hoog op de agenda staan. Zodat we na erkenning en excuses samen mogen werken aan heling, verzoening en herstel. 

De demissionaire status van het kabinet betekent onvermijdelijk terughoudendheid in het doen van nieuwe voorstellen. De stand van de overheidsfinanciën en oplopende rentelasten dwingen bovendien tot grotere financiële voorzichtigheid dan in de achter ons liggende jaren. Er zijn onderwerpen die hoe dan ook om daadkracht vragen: het armoedevraagstuk, het herstel voor de toeslagenouders, de afhandeling van de aardbevingsschade in Groningen, MH17 en de steun aan Oekraïne. Daarnaast delen het demissionaire kabinet en de volksvertegenwoordiging de verantwoordelijkheid om door te werken aan de overige beleidsterreinen die ons allen raken, zoals de bouw van voldoende woningen en goed onderwijs. U mag erop rekenen dat het kabinet bereid is te doen wat in het landsbelang is, uiteraard in goed overleg en nauwe afstemming met u. 

Dat betekent in de eerste plaats dat het kabinet ongeveer 2 miljard euro aan koopkrachtmaatregelen neemt, zodat de armoede niet toeneemt. Om te voorkomen dat gezinnen met de laagste inkomens in 2024 achterblijven in koopkracht, gaat de huurtoeslag omhoog. Om kinderarmoede tegen te gaan wordt het kindgebonden budget verhoogd. Ook wordt het Noodfonds Energie verlengd, zodat mensen die hun energierekening niet meer kunnen betalen een vangnet hebben. Daarnaast wordt volgend jaar de arbeidskorting verhoogd, zodat werken meer loont. Voor Caribisch Nederland komt extra geld beschikbaar om armoede te bestrijden. 

Ook bij de afhandeling van de toeslagenaffaire en de aardbevingsschade in Groningen mag de demissionaire status van het kabinet geen vertraging opleveren. Het kabinet zet alles op alles om het leed dat mensen en gezinnen is aangedaan zo goed en zo snel mogelijk te herstellen. In het toeslagendossier krijgen ouders meer regie en meer keuzes, zodat zij sneller verder kunnen met hun leven. De inwoners van het aardbevingsgebied kunnen erop rekenen dat de agenda van schadeherstel en versterking, sociale maatregelen en economisch perspectief in goed overleg wordt uitgevoerd.

Het brute geweld van Rusland tegen het Oekraïense volk in de illegale aanvalsoorlog tegen een soeverein buurland laat zien dat verworvenheden die voor ons decennialang zeker leken, dat niet zijn. Aan de oostgrens van Europa woedt een strijd om fundamentele democratische en rechtsstatelijke waarden. Deze strijd raakt ook onze eigen veiligheid en toekomst. Veel Nederlanders voelen en tonen zich betrokken bij de Oekraïners. Het draagvlak voor steun aan Oekraïne is onverminderd groot. En dat is belangrijk, want hoe langer deze oorlog duurt, des te dringender humanitaire, militaire en financiële bijstand aan Oekraïne nodig is. De Nederlandse regering blijft, in nauwe samenwerking met EU- en NAVO-bondgenoten, al het mogelijke doen om te zorgen dat de Russische agressie stopt en de Oekraïners weer in vrede en vrijheid kunnen leven. Nederland is de thuisbasis van het Internationaal Strafhof en voelt daarom een speciale verantwoordelijkheid voor de voorbereiding op de berechting van oorlogsmisdaden. Vanwege het grote belang van een sterke NAVO en een sterk defensieapparaat gaat het kabinet door met de voorgenomen extra investeringen in de krijgsmacht. Onze steun en dank gaan uit naar onze militairen die wereldwijd werken aan vrede en veiligheid.

De Europese Unie heeft na de Russische inval in Oekraïne laten zien dat eensgezindheid en geopolitieke invloed in elkaars verlengde liggen. In een wereld van toenemende dreiging en machtspolitiek is versterkte internationale samenwerking van groot belang, zowel binnen de EU als met andere gelijkgestemde landen, zoals de Verenigde Staten. Nederland steunt het uitgangspunt van ‘open strategische autonomie’. Europa moet minder afhankelijk worden van Rusland, China en andere landen. Dit geldt onder meer voor energie, grondstoffen en medicijnen. Dat is net zo goed een veiligheidsvraagstuk als een economisch vraagstuk. 

Ook in het internationale handelsbeleid werkt het kabinet aan economische weerbaarheid en het verlagen van ongewenste strategische afhankelijkheden. Op het gebied van ontwikkelingssamenwerking richten we ons op de grondoorzaken van armoede, terreur, irreguliere migratie en klimaatverandering. Dat draagt niet alleen bij aan het bereiken van de duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties, maar ook aan de stabiliteit en welvaart in de wereld.

Wereldwijd staan democratie, vrijheid en de rechtsstaat onder druk. Niet alleen ver weg, maar ook op ons eigen continent. Des te belangrijker is het dat wij onze eigen democratische rechtsstaat koesteren, beschermen en versterken. Het is onacceptabel dat de georganiseerde misdaad onze samenleving ondermijnt en doordringt in onze straten, buurten en bedrijven. Bedreiging van journalisten, advocaten, politici en andere hoeders van de democratische rechtsstaat, vanuit welke hoek dan ook, is onaanvaardbaar. Dat vergt een continue inzet op veiligheid. Bijvoorbeeld door strenger toezicht te houden op personen in detentie. 

Onderhoud van de democratie is niet iets van de overheid alleen. Het vraagt iets van ons allemaal. Democratie is veel meer dan je stem uitbrengen – het is een houding. Het is de bereidheid te luisteren, begrip op te brengen voor andere standpunten en een zorgvuldige afweging van belangen te maken. Als verschillen van opvatting verharden tot onoverbrugbare tegenstellingen, tast dat onvermijdelijk het vertrouwen in onze democratische instituties aan, en daarmee het maatschappelijk weefsel dat ons als samenleving bij elkaar houdt. En juist in het gewone dagelijkse leven – op scholen, in bedrijven, in kerken en moskeeën, in sportverenigingen en in gezinsverband – worden verschillen overbrugd en ontstaat onderling vertrouwen en een gezamenlijk toekomstperspectief. 

Een goed voorbeeld van de manier waarop de regering die kracht van onderop wil stimuleren, is via cultuur. Cultuur confronteert, inspireert en overbrugt tegenstellingen. Van festivalterrein tot concertgebouw, en van museum tot muziekschool. Daarom blijft het kabinet bevorderen dat mensen kunnen genieten van cultuur, bijvoorbeeld met de Cultuurkaart voor jongeren. Ook wil het kabinet de openbare bibliotheek op zoveel mogelijk plaatsen terugbrengen, als plek waar mensen kunnen lezen, leren en elkaar ontmoeten. 

Kansengelijkheid, bestaanszekerheid en perspectief bieden aan mensen, vormen de kern van de ambitie waarmee dit kabinet aan de slag is gegaan – in goede samenwerking met gemeenten, provincies en waterschappen. De publieke dienstverlening is de plek waar mensen de overheid vaak voor het eerst tegenkomen. Daar, bij het overheidsloket, moet vertrouwen ontstaan. Daarom is het cruciaal om uitvoeringsorganisaties eerder te betrekken bij het maken van nieuw beleid, ruimte te geven aan de professionals in de uitvoering, en meer oog te hebben voor de uitvoerbaarheid en gevolgen van wet- en regelgeving. 

Op veel beleidsterreinen gaat het werk door, ook nu het kabinet demissionair is. Zo moeten er op het gebied van migratie en inburgering en de effecten daarvan op onze samenleving belangrijke keuzes worden gemaakt, bijvoorbeeld over werk- en studiemigratie. Wat betreft asiel is in de komende periode voldoende opvang nodig. Bovendien liggen de onderhandelingen over het gemeenschappelijk Europees asielstelsel niet stil, net zomin als de gesprekken in EU-verband over het beheersbaar maken van de instroom. 

Een zeker bestaan met gelijke kansen valt of staat met goed onderwijs. In het onderwijsbeleid is er veel aandacht voor taal en rekenen en voor een grotere waardering van het middelbaar beroepsonderwijs, waar de vakmensen van de toekomst worden opgeleid. De herinvoering van de basisbeurs is een feit. De meest kwetsbare leerlingen krijgen een steuntje in de rug, met extra activiteiten buiten het klaslokaal en een gratis gezonde maaltijd op school. Het kabinet blijft inzetten op de aanpak van het lerarentekort, onder andere door regionaal de samenwerking tussen scholen, lerarenopleidingen en gemeenten te bevorderen. Het kabinet ondersteunt jonge onderzoekers en docenten, en stimuleert zowel praktijkgericht als wetenschappelijk onderzoek aan hogescholen en universiteiten. 

Digitalisering en kunstmatige intelligentie leiden tot nieuwe kansen en risico’s op het gebied van werk, gezondheidszorg, onderwijs en economie. Het kabinet zet stappen om ervoor te zorgen dat iedereen veilig en vertrouwd kan meedoen, onder meer door mensen te helpen digitale vaardigheden op te doen.

Extremere weersomstandigheden en hoge energieprijzen onderstrepen het belang van een ambitieus klimaatbeleid dat steunt op een breed maatschappelijk draagvlak. In deze kabinetsperiode is een verandering in gang gezet, met subsidieregelingen voor isolatie, zonnepanelen, warmtepompen en andere maatregelen om burgers en bedrijven te helpen bij het maken van duurzame keuzes. Speciaal met het oog op het bedrijfsleven zetten we stappen om de capaciteit van het elektriciteitsnet in hoog tempo te vergroten en de overgang naar meer flexibel en gespreid gebruik te stimuleren. 

Van meet af aan is duidelijk dat het stikstof- en natuurbeleid samen moet gaan met toekomstperspectief en duidelijkheid voor de landbouw. Zeker voor jonge boeren die willen bouwen aan een duurzame toekomst. Voor hen maakt het kabinet volgend jaar geld vrij voor steun bij bedrijfsopvolging. Ook de biologische sector krijgt extra ondersteuning. Het kabinet blijft zich inzetten voor voortgang op het stikstofdossier, in de wetenschap dat het probleem anders alleen maar groter wordt, met alle gevolgen van dien voor de natuur, maar ook voor de woningbouw en de aanleg van wegen. Daarom is het positief dat de provincies hun gebiedsplannen voor de reductie van stikstof hebben gepresenteerd, en dat enkele honderden bedrijven die veel stikstof uitstoten nabij kwetsbare natuur nadenken over meedoen aan een uitkoopregeling. 

Op het gebied van de volkshuisvesting en ruimtelijke ordening neemt het kabinet de regie om met overheden, bouwers en corporaties meer betaalbare woningen te bouwen. Door in iedere regio bouwafspraken te maken, extra locaties aan te wijzen en financiële steun te geven. Ook werkt het kabinet aan betere bescherming van huurders, door de regulering van de middenhuur. Voor al die politieagenten, leraren, verpleegkundigen en anderen met een salaris rond modaal is dat van groot belang. Een goede, betaalbare woning – in koop- of huursector – is immers een van de basisvoorwaarden voor bestaanszekerheid.

Het kabinet werkt aan een nieuwe Nota Ruimte, waarin de toekomstige inrichting van ons land centraal staat. Daarin gaat het onder meer om de balans tussen landbouw, visserij en natuur, ruimte voor een duurzame energievoorziening, circulaire economie, nieuwe stedelijke ontwikkeling en vitaal platteland. Ruimtelijke vraagstukken zijn in ons land ook altijd verbonden met water en mobiliteit. Onderwerpen die de komende periode dringend aandacht blijven vragen, zijn onder andere duidelijkheid over de toekomst van Schiphol, het onderhoud van onze infrastructuur en verbetering van de waterkwaliteit.

Voor de arbeidsmarkt is samen met werkgevers en werknemers een uitgebreid pakket maatregelen ontwikkeld dat nu wordt uitgevoerd. Het is belangrijk dat zoveel mogelijk mensen de kans krijgen op een baan, voor hun persoonlijke ontwikkeling, maar ook omdat ons land iedereen nodig heeft. Meer vaste banen, tegengaan van discriminatie en betere werkomstandigheden voor arbeidsmigranten geven meer zekerheid aan kwetsbare werknemers. Omdat de arbeidsmarkt verandert, is het belangrijk dat werkenden zich tijdens hun loopbaan blijven ontwikkelen. Het kabinet ondersteunt dit via het Nationaal Groeifonds en met regelingen die bijvoorbeeld gericht zijn op leren en ontwikkelen in het mkb. Met de Wet toekomst pensioenen, die op 1 juli jongstleden in werking is getreden, is een grote stap gezet naar een toekomstbestendiger pensioen. Pensioenuitvoerders, werkgevers en werknemers werken hard aan de overstap naar het nieuwe stelsel. 

De basis voor onze welvaart wordt iedere dag opnieuw gelegd door het innovatieve Nederlandse bedrijfsleven, van familiebedrijf tot multinational en van boerenerf tot Brainport Eindhoven. Verdienen komt altijd vóór verdelen. Het zijn de ondernemers die zorgen voor de financiële mogelijkheden om de grote maatschappelijke kwesties te kunnen aanpakken. Het kabinet blijft streven naar een zo aantrekkelijk mogelijk ondernemingsklimaat, met oog voor de problemen waar ondernemers mee kampen, zoals de krappe arbeidsmarkt. Daarnaast blijft het kabinet werken aan versterking van onze innovatiekracht en concurrentiepositie, en aan een voorspelbaar en stabiel fiscaal beleid. Met de autonome landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten bouwt het kabinet samen aan een toekomstbestendige economie en kwalitatief hoogwaardig bestuur.

Met de recent gesloten zorgakkoorden is de basis gelegd om de zorg goed, toegankelijk en betaalbaar te houden voor komende generaties. Hiermee worden curatieve zorg en langdurige zorg beter met elkaar verbonden. Met bijzondere aandacht voor meer regionale samenwerking tussen huisartsen, wijkverpleging, ziekenhuizen, gemeenten en andere partijen. Voor ouderen werkt het kabinet aan meer zelfstandige woonvoorzieningen en goede zorg dichtbij. Mantelzorgers zijn van onschatbare waarde en daarom moeten zij worden ondersteund, bijvoorbeeld door de samenwerking en kennisoverdracht met de professionele zorgverleners te verbeteren. Het Nationaal Preventieakkoord draagt eraan bij dat Nederlanders gezonder kunnen leven, met als een van de belangrijke doelen een rookvrije generatie in 2040. 

Ook werkt het kabinet met betrokken partijen verder aan hervormingen in de jeugdzorg, zodat kwetsbare kinderen en gezinnen sneller en beter geholpen kunnen worden. We zien dat jongeren steeds vaker kampen met mentale problemen, zoals somberheid en eenzaamheid. Samen met jongeren werkt het kabinet daarom aan oplossingen om hiermee om te kunnen gaan, bijvoorbeeld door het onderwerp beter bespreekbaar te maken en aandacht te hebben voor prestatiedruk op scholen en universiteiten. Een jonge generatie die gezond en gelukkig kan opgroeien, is een sterk fundament voor de samenleving van morgen. 

Leden van de Staten-Generaal,

De komende maanden kiest Nederland opnieuw richting voor de toekomst. Er ligt een grote opdracht voor iedereen die politieke of bestuurlijke verantwoordelijkheid draagt om mensen houvast en hoop te bieden in een tijd van grote veranderingen. Zo kunnen we blijven bouwen aan het maatschappelijk weefsel van ons land. De regering zal, in samenwerking met u, al het mogelijke doen om te werken aan de oplossing van problemen waar ons land voor staat. U mag zich in uw belangrijke werk gesteund weten door het besef dat velen u wijsheid toewensen en met mij om kracht en Gods zegen voor u bidden.

Leden van de Staten-Generaal,

Wij leven in een tijd van tegenstrijdigheden en onzekerheid. Het is tegenstrijdig dat bestaanszekerheden onder druk staan en armoede toeneemt in een periode van economische groei en lage werkloosheid. Tegenstrijdig is dat mensen zich in ons vrije land onvrij voelen om hun mening te geven, uit angst voor harde reacties of zelfs bedreigingen. En zorgwekkend is ook dat mensen in een volwassen democratie als de onze het vertrouwen verliezen in het oplossend vermogen van politiek en bestuur. Daarnaast groeit de onzekerheid van mensen over de dag van morgen en de verder weg gelegen toekomst. Over koopkracht en woningnood. Over de opvang van asielzoekers en de oorlog in Oekraïne. Maar ook over de grote veranderingen die op ons afkomen op terreinen als arbeidsmarkt, klimaat, energie en stikstof. Al deze onderwerpen zijn bepalend voor de manier waarop wij en onze kinderen straks wonen, werken, ondernemen en met elkaar samenleven.

Toch mogen we houvast ontlenen aan de manier waarop ons land in het verleden stapsgewijs grote veranderingen heeft doorgemaakt. Die geleidelijkheid is wezenlijk. Niet alles kan en hoeft tegelijk, ook niet in het hier-en-nu. Vaak beseffen we pas achteraf hoe ingrijpend ontwikkelingen zijn geweest. Denk bijvoorbeeld aan de periode van de industriële revolutie of, dichterbij, de introductie van het internet. Denk aan de grote ruilverkavelingen en de bouw van grote nieuwe woonwijken in de tweede helft van de vorige eeuw. Of denk aan de moeilijke periode van de naoorlogse wederopbouw.

Zo sprak mijn grootmoeder in 1948 bij haar inhuldiging de volgende woorden tegen uw voorgangers. Ik citeer:

‘Wij bevinden ons op dit ogenblik van de wereldgeschiedenis in een toestand, waarin alles aankomt op onze houding tegen de dreiging van nieuwe onheilen. Nederland moet niet alleen drijvende blijven op de wilde golven van het wereldgebeuren. Het moet zelf zijn koers bepalen, en bovendien trachten met de andere volken samen de koers uit te zetten van de ganse wereldvloot.’

Einde citaat. In die onzekere jaren hebben onze ouders en grootouders gezamenlijkheid en veerkracht getoond. Van ons wordt nu, onder heel andere omstandigheden, hetzelfde gevraagd. Daarin staat Nederland overigens niet alleen. Andere landen staan voor vergelijkbare opgaven. Niemand kan voorspellen hoe de wereld eruitziet als de kinderen van nu zelf kinderen hebben. Maar het zal anders zijn, want onze huidige manier van leven stuit op economische, sociale en ecologische grenzen. Dat vergt een andere economie en arbeidsmarkt. Een andere omgang met ruimte en natuur. Andere manieren van wonen, werken, ondernemen en reizen. En andere vormen van samenleven. Wat niet verandert, is dat samenwerking Nederland sterker maakt dan polarisatie. Dat is van alle tijden.

Het kabinet realiseert zich dat Nederlanders kritisch zijn op de werking van het politiek-bestuurlijke bestel. Tegelijkertijd is nog altijd een ruime meerderheid tevreden over het functioneren van de democratie. Voor het kabinet is dat een aansporing om, hoe moeilijk en omstreden ook, die maatregelen te nemen die echt nodig zijn en daarover open en transparant te zijn. Begin dit jaar startte het kabinet met een ambitieuze toekomstagenda voor 2030 en daarna – in de overtuiging dat volgende generaties, net als wij, een goed leven moeten kunnen leiden in een schoon en veilig land met kansen voor iedereen. Dat perspectief moet er zijn voor mensen van elke geloofsovertuiging, geaardheid, leeftijd, herkomst, opleiding of beroep. Voor inwoners van stad én platteland. Hier én in Caribisch Nederland, in samenwerking met Aruba, Curaçao en Sint Maarten.

Voorgaande generaties hebben de basis gelegd voor de voorspoed en vrije manier van leven die zo kenmerkend zijn voor ons land. Nu wordt die manier van leven bedreigd door de brute agressie van Rusland tegen Oekraïne. Sinds 1945 leven wij in Nederland in vrede. Nu is een oorlog dichtbij en wordt de internationale rechtsorde en daarmee onze eigen vrijheid aangevallen. We zeggen op 4 en 5 mei heel gemakkelijk dat de waarden van vrijheid en democratie niet vanzelfsprekend zijn en dat ze actief onderhouden moeten worden en doorgegeven. Nu worden we geconfronteerd met de vraag: wat hebben we daar dan concreet voor over – moreel én materieel? De gastvrije opvang en alle hulp die vanuit Nederland direct beschikbaar kwam, geven daarop een eerste antwoord.

De regering kiest met overtuiging voor militaire en humanitaire steun aan Oekraïne, internationale sancties tegen Rusland, en eensgezindheid en nauwe samenwerking in de Europese Unie, de NAVO en de Verenigde Naties. Oekraïne heeft het volste recht zichzelf te verdedigen. Eens te meer blijkt dat voor Nederland de EU, de NAVO en de VN de ankers zijn van het buitenlands en veiligheidsbeleid. Het kabinet heeft de voorgenomen extra investeringen in defensie met brede parlementaire steun kunnen versnellen en verhogen. Dat is nodig nu verschillende landen streven naar een wereld waarin het recht van de sterkste geldt. In dat wereldbeeld worden democratie, soevereiniteit en vrijheid uitgehold. Daartegen moet Nederland samen met zijn internationale partners een dam opwerpen. Dat vraagt om een goed toegeruste krijgsmacht voor een veilig Europa en een krachtige NAVO. Het vraagt een doelgerichte, democratische en zelfbewuste Europese Unie, die een grotere rol pakt op het wereldtoneel. En het vraagt van Nederland dat het zijn bredere internationale verantwoordelijkheid blijft nemen. Internationale samenwerking via hulp en handel draagt bij aan vrede, veiligheid en een menswaardig bestaan wereldwijd.

Een direct gevolg van de oorlog en de internationale sancties tegen Rusland is dat gas, elektriciteit en voedsel flink duurder zijn geworden. De gevolgen voor mensen, gezinnen en bedrijven zijn ernstig. Financiële problemen leiden tot meer schulden, faillissementen, gezondheidsproblemen en kinderarmoede. Het is pijnlijk dat steeds meer mensen in Nederland moeite hebben met het betalen van hun huur, boodschappen, zorgpremie of energierekening. Daarom komt het kabinet met een ongekend fors maatregelenpakket van ruim 18 miljard euro, vooral ten behoeve van de lage en middeninkomens. Maar zelfs daarmee kunnen niet alle prijsstijgingen voor iedereen volledig worden gecompenseerd. 

Sommige maatregelen zijn bedoeld voor de korte termijn. Het kabinet werkt aan een prijsplafond voor energie, zodat mensen hun energierekening kunnen blijven betalen. De belastingverlaging op brandstof en de energietoeslag lopen door in 2023. De zorgtoeslag en de basisbeurs voor studenten gaan komend jaar omhoog. Deze maatregelen worden onder andere gedekt door een tijdelijke extra bijdrage van gas- en oliemaatschappijen. Daarnaast komen er structurele inkomensverbeteringen voor lage en middeninkomens. Per 1 januari gaan het minimumloon en de daaraan gekoppelde uitkeringen met 10 procent omhoog. De huurtoeslag en het kindgebonden budget worden hoger. Voor werkenden daalt de inkomstenbelasting en stijgt de arbeidskorting, zodat werken meer loont. Deze maatregelen worden onder andere gedekt door hogere belastingen op winst en vermogen, waarbij het midden- en kleinbedrijf zoveel mogelijk wordt ontzien. Uiteraard steunt het kabinet de inwoners van Caribisch Nederland op Bonaire, Sint Eustatius en Saba, die ook te maken hebben met stijgende prijzen.

Het kabinet zoekt hierbij steeds naar de juiste financiële balans. Koopkrachtverbetering is hard nodig. Tegelijkertijd is het onverantwoord rekeningen door te schuiven naar de jongeren van nu, of noodzakelijk beleid te vertragen. De toekomstagenda duldt geen uitstel.

Het kabinet zal al het mogelijke doen om een breed draagvlak te krijgen voor de aanpak van het stikstofprobleem. Industrie, mobiliteitssector én landbouw moeten de uitstoot naar beneden brengen. Het doel is natuurherstel, een vitaal platteland en een goede toekomst voor de Nederlandse boeren. Daarom is halvering van de stikstofuitstoot onontkoombaar, ook vanwege gerechtelijke uitspraken en om te zorgen dat de vergunningverlening niet stil komt te liggen. Tegelijkertijd zijn er begrijpelijke emoties van boeren die vrezen voor de toekomst van hun familiebedrijf, waar ze zo trots op zijn, vaak al generaties lang. De omslag naar kringlooplandbouw vraagt veel, maar biedt boeren perspectief op een goede toekomst en een fatsoenlijk inkomen. Het is belangrijk om komend jaar voldoende tijd te nemen voor de precieze uitwerking per gebied. Soms zal een andere bedrijfsvoering uitkomst bieden, soms nieuwe technologie, soms bedrijfsverplaatsing, en soms zal uitkoop de beste optie zijn. Ook banken, veevoerfabrikanten, supermarkten en consumenten hebben een eigen verantwoordelijkheid. Het komende jaar werkt het kabinet met alle partijen verder aan gezamenlijke oplossingen.

De urgentie van klimaataanpak en energietransitie wordt alleen maar groter nu er recent vragen zijn gerezen over de gasvoorraad voor komende winter en onze afhankelijkheid van Russisch gas. Dat vraagt om verschillende acties. Samen met de andere EU-lidstaten werkt Nederland aan energiebesparing en een nog snellere overstap naar schone energie. De Nederlandse gasopslagen zijn goed bevoorraad en worden nog verder gevuld. Het doel is dat Nederland voor het einde van 2022 onafhankelijk is van fossiele brandstoffen uit Rusland. Ondertussen moet het oog gericht blijven op de langere termijn, want de toekomst wacht niet. Het streven naar 60% minder CO2 -uitstoot in 2030 vraagt nu om actie. Het kabinet richt zich op een snelle verduurzaming van de industrie, op meer windenergie en groene waterstof, en op een nieuwe rol voor kernenergie. Mensen die hun huis energiezuiniger maken, kunnen daarvoor subsidie krijgen. De droogte van deze zomer onderstreept nog eens hoe belangrijk het is dat we voorbereid zijn op extreme weersomstandigheden en ons aanpassen aan klimaatverandering.

Een belangrijke vraag voor de toekomst blijft hoe goede en persoonlijke zorg voor iedereen beschikbaar en betaalbaar blijft. Nieuwe oplossingen zijn nodig. Daarin staat het begrip passende zorg centraal. Dat betekent: voor iedereen de juiste zorg op de juiste plek op het juiste moment. Door de eerstelijnszorg van huisartsen en wijkverpleging te versterken, kunnen meer mensen dicht bij huis worden geholpen. Op basis van het Preventieakkoord blijft het kabinet sportbeoefening en een gezonde leefstijl stimuleren – voorkomen is nu eenmaal beter dan genezen. Corona is nog niet weg en het kabinet bereidt zich uiteraard voor op de mogelijkheid van een volgende pandemie. 

De situatie op de woningmarkt is nijpend. Een goed en betaalbaar koop- of huurhuis is voor steeds meer mensen onbereikbaar, vooral voor starters en jongeren. Daar mogen we ons niet bij neerleggen. Iedereen heeft recht op een eigen thuis in een veilige, bereikbare en aantrekkelijke wijk en daar ligt een kerntaak voor de overheid. Het kabinet trekt de regie over de volkshuisvesting en ruimtelijke ordening weer naar zich toe. De Nationale Woon- en Bouwagenda formuleert een ambitie van 900.000 nieuwe woningen tot en met 2030. De praktijk is weerbarstig, maar de urgentie is hoog en daarom is een versnelling in de woningbouw dringend noodzakelijk. Samen met provincies, gemeenten, woningbouwcorporaties en de bouwsector wil het kabinet die versnelling realiseren, inclusief de bijbehorende infrastructuur en vervoersmogelijkheden.

Zorgen voor veiligheid in een sterke en goed functionerende rechtsstaat is een andere kerntaak van de overheid. De aanpak van georganiseerde criminaliteit heeft de hoogste prioriteit. Nationaal en internationaal moet het verdienmodel van de georganiseerde misdaad worden verstoord. Het moet veel makkelijker worden criminele vermogens af te pakken en crimineel handelen vanuit de gevangenis een halt toe te roepen. Het kabinet investeert fors in een betere bescherming van de hoeders van onze rechtsstaat, zoals advocaten, rechters, politici, bestuurders en journalisten. Over de volle breedte is er ruimte voor meer personeel en nieuwe technologie, van Openbaar Ministerie tot rechtspraak, van politie tot fiscale opsporing en van gevangeniswezen tot reclassering. Aan de preventieve kant wordt samengewerkt om via opleiding, werk en begeleiding te zorgen dat jonge mensen niet in de criminaliteit terechtkomen. Daarnaast werkt het kabinet aan een betere toegang tot het recht. De griffierechten voor burgers en het midden- en kleinbedrijf gaan omlaag en de vergoedingen voor de sociale advocatuur gaan omhoog. 

Alle inwoners van Nederland moeten hun recht kunnen halen en het kabinet voelt de absolute plicht recht te doen aan de inwoners van het aardbevingsgebied in Groningen en de slachtoffers van de toeslagenaffaire. Het blijft pijnlijk en beschamend dat zoveel mensen en gezinnen in grote problemen zijn gekomen door fouten en nalatigheid van de overheid. Alles is gericht op zo snel mogelijke compensatie en zo snel mogelijk herstel. Helaas kost dat tijd, ondanks de inspanningen van veel mensen en een ruime inzet van middelen. Om nieuwe schrijnende situaties te voorkomen, werkt het kabinet ondertussen aan verbetering van de publieke dienstverlening en daarmee aan mogelijk herstel van vertrouwen. Regels kunnen en moeten eenvoudiger en minder rigide, zodat bijvoorbeeld bijstandsgerechtigden niet meteen in de problemen komen als zij een extraatje ontvangen.

Deze zomer ontstond er in korte tijd een tekort aan opvangplekken voor asielzoekers, met schrijnende en ongewenste situaties als gevolg, zowel voor de mensen die hier een veilig heenkomen zoeken als voor de medewerkers van opvanglocaties en omwonenden. Het kabinet rekent zich dit aan en werkt met gemeenten en andere betrokken organisaties aan oplossingen. Ons asielsysteem is en blijft gebaseerd op het uitgangspunt dat er in ons land altijd een plek is voor mensen die vluchten voor oorlog, geweld en onderdrukking. Wie hier kan blijven, krijgt alle rechten en plichten om volwaardig mee te doen en in onze samenleving te integreren.

Investeren in de toekomst van ons land begint met goed en toegankelijk onderwijs. Kansengelijkheid betekent dat elk kind het optimale uit zichzelf kan halen en dat begint met goed leren lezen, schrijven en rekenen. Daaraan geeft het kabinet de allerhoogste prioriteit. Er is geld om, samen met gemeenten en maatschappelijke instanties, te zorgen voor huiswerkbegeleiding, sportmogelijkheden en andere kansen voor kinderen en jongeren voor wie dat niet vanzelfsprekend is. Daarnaast investeert het kabinet in meer doorstromingsmogelijkheden, zodat leerlingen op een eigen moment de stap kunnen zetten naar het best passende niveau. Grote investeringen in mbo, hoger onderwijs en wetenschap brengen rust en ruimte voor docenten en studenten. De herinvoering van de basisbeurs vanaf het studiejaar 2023-2024 moet voor jonge mensen zoveel mogelijk de financiële drempels wegnemen om te gaan studeren.

Alleen met een goed opgeleide beroepsbevolking kunnen we bouwen aan een innovatieve en ondernemende toekomst. Nederlandse ondernemers en hun personeel hebben tijdens de coronacrisis veerkracht getoond. Het is een hard gelag dat zoveel bedrijven nu opnieuw met grote problemen te maken krijgen vanwege enorme kostenstijgingen. Zeker in het midden- en kleinbedrijf, dat zo belangrijk is voor ons land, hebben veel ondernemers het moeilijk. Versterking van het mkb-ondernemersklimaat is nodig, bijvoorbeeld door te zorgen voor een betere toegang tot financiering en ondersteuning bij verduurzaming. Het kabinet blijft ook verder investeren in het toekomstige verdienvermogen van ons land. Belangrijk zijn een aantrekkelijk vestigingsklimaat, ruimte voor de topsectoren en innovatieve start-ups, en het benutten van alle kansen die digitalisering biedt. Belangrijk is ook een goed functionerende arbeidsmarkt, zeker nu veel bedrijven kampen met personeelstekorten. Het kabinet vindt dat een vaste baan de norm moet zijn en werkt daarom aan een nieuwe balans tussen vaste en flexibele contracten. Goed werkgeverschap loont en ook arbeidsmigranten verdienen een fatsoenlijke behandeling. Om te stimuleren dat mensen meer uren gaan werken, worden in de loop van deze kabinetsperiode de kosten voor kinderopvang voor alle werkende ouders bijna geheel vergoed. Het kabinet werkt aan een nieuw pensioenstelsel dat klaar is voor de toekomst en beter past bij een arbeidsmarkt waarin de meeste mensen tijdens hun leven meerdere werkgevers hebben. In het nieuwe stelsel is er eerder perspectief op indexatie en krijgen mensen beter zicht op de opgebouwde pensioenpot.

Het is onvermijdelijk dat beleidsvoornemens vaak in geld, cijfers en jaartallen worden uitgedrukt. Maar in wezen gaat het steeds om de kwaliteit van onze samenleving. In dat streven is een bruisende en voor iedereen toegankelijke culturele en creatieve sector onmisbaar. Het culturele leven is in de coronaperiode hard geraakt. Het kabinet investeert daarom in herstel, vernieuwing en groei, want cultuur confronteert, maakt moeilijke zaken bespreekbaar en verbindt mensen.

In een samenleving waarin geen plaats is voor racisme en discriminatie, en waarin iedereen zich gehoord en erkend voelt, is een open blik nodig op de minder mooie bladzijden uit onze geschiedenis. Niet om met opvattingen van nu te oordelen over onze voorouders, wel met oog en gevoel voor wat onze geschiedenis betekent voor verschillende groepen en culturen die deel uitmaken van onze samenleving. Dat geldt nadrukkelijk voor het hele Koninkrijk en voor alle landen waarmee wij vanwege de geschiedenis een speciale band hebben. Door het gesprek over het verleden te voeren, wil de regering bijdragen aan noodzakelijke erkenning en de verbinding tussen mensen. Hoe moeilijk en emotioneel dat gesprek soms ook is, onze blik op het verleden kan niet statisch zijn. Eerder al sprak de regering zich uit over het optreden van de Nederlandse overheid tijdens de Jodenvervolging en het extreme geweld van Nederlandse zijde tijdens de dekolonisatieperiode in Indonesië. Op weg naar de herdenking van 150 jaar afschaffing van de slavernij in 2023 is er opnieuw aanleiding onszelf rekenschap te geven van ook dit deel van onze geschiedenis.
 
Leden van de Staten Generaal,

‘Tezamen zullen wij werken voor het heil van Nederland’ – aldus mijn grootmoeder in 1948. Het zijn woorden die steeds opnieuw actueel zijn. Laat ons in deze onzekere tijd hoop en hernieuwd vertrouwen putten uit de wetenschap dat maatschappelijke vernieuwing in ons land altijd stapsgewijs en door samenwerking wordt bereikt. Zo was dat in het verleden, zo is het ook nu. Vanuit die gedachte wil de regering, samen met u en samen met alle positieve krachten in ons land, blijven werken aan oplossingen voor vandaag en een goede toekomst voor alle inwoners van het Koninkrijk. U mag zich in uw belangrijke werk gesteund weten door het besef dat velen u wijsheid toewensen en met mij om kracht en Gods zegen voor u bidden.

Leden van de Staten-Generaal,

‘Elke tijd is overgangstijd’, schreef de historicus H.W. von der Dunk. Daarmee gaf hij uitdrukking aan de gedachte dat er terugkijkend in de geschiedenis vaak sprake is van continuïteit en doorlopende lijnen.

Toch is het heel verklaarbaar dat velen onze eigen tijd ervaren als een periode van grote en onvermijdelijke veranderingen. Natuurlijk vanwege de coronacrisis, die ons leven nog altijd sterk beheerst. Vanwege grote binnenlandse thema’s, zoals de toegankelijkheid van de woningmarkt, vermindering van de stikstofuitstoot, kansengelijkheid in het onderwijs en op de arbeidsmarkt, en de bescherming en versterking van de rechtsstaat. En vooral ook vanwege alomvattende problemen als klimaatverandering en schuivende machtsverhoudingen op het wereldtoneel.

Deze grote internationale ontwikkelingen voelen misschien abstract en ver weg, maar zijn dat niet. Klimaatverandering kwam deze zomer dichtbij toen inwoners van Limburg in een paar dramatische dagen hun huizen en bedrijven na extreme regenval onder water zagen lopen.

Geopolitieke ontwikkelingen kwamen dichtbij met de hartverscheurende beelden en verhalen uit Afghanistan. 20 jaar lang heeft de internationale gemeenschap zich daar ingezet voor internationale stabiliteit en veiligheid, democratie en mensenrechten, en kansen voor meisjes en vrouwen. Nu wacht het Afghaanse volk opnieuw een ongewisse toekomst.

Voor veel Nederlandse Afghanistanveteranen is deze afloop na jaren militaire aanwezigheid en vele offers een hard gelag. Voor onze militairen en diplomaten waren het extreem intensieve en spannende laatste weken, waarin zij binnen de mogelijkheden zoveel mogelijk mensen in veiligheid brachten. Daarvoor verdienen zij diep respect en grote waardering. Tegelijkertijd realiseren we ons dat dit boek niet gesloten is. Degenen die achterbleven, wacht een onzeker lot. Wat vijfduizend kilometer verderop gebeurt, raakt direct aan onze diepste waarden en aan onze eigen veiligheid.

Het is logisch dat mensen zich afvragen: wat betekenen al deze ontwikkelingen voor mij persoonlijk? Voor onze manier van leven? Voor mijn toekomst en die van mijn kinderen? Onderzoek laat al jaren zien dat Nederlanders hun eigen leven een hoog cijfer geven, maar dat zij zich grote zorgen maken over het land en de wereld om hen heen. Deze onrust en onzekerheid worden nog gevoed doordat het maatschappelijk debat nationaal en internationaal steeds vaker op polariserende toon wordt gevoerd.

Bij al deze terechte zorgen past tegelijkertijd de nuchtere vaststelling dat Nederland een goed land is en blijft om in te leven. Een land dat zich macro-economisch met de beste kan meten. Als we de toekomst gezamenlijk tegemoet blijven treden, kunnen we veel aan.

De begroting die de regering vandaag aan u voorlegt, staat in het teken van uitvoering van lopend beleid. Dat past bij de demissionaire status van een kabinet dat in januari van dit jaar zijn ontslag aanbood en daarmee verantwoordelijkheid nam voor de toeslagenaffaire. Grote nieuwe keuzes voor de langere termijn zijn aan een volgend kabinet.

Tegelijkertijd ontslaat dat de zittende regering niet van de plicht te doen wat nodig is. Sommige onderwerpen zijn zo urgent, dat stilstand nu ons land onnodig op achterstand zou zetten. Daarom meent de regering er goed aan te doen in het lopende beleid voor komend jaar een aantal extra stappen te zetten, onder andere op het terrein van klimaat, rechtsstaat en woningbouw.

Achter ons ligt een periode die voor een belangrijk deel in het teken stond van het coronavirus. Voor ons ligt een jaar waarin we mogen hopen op een verdere terugkeer naar meer normale verhoudingen. Daarmee ontstaat ruimte om terug te kijken en vooruit te blikken.

Voorop staat dat wij Nederlanders in coronatijd opnieuw hebben laten zien er als familie, vrienden, collega’s en buren voor elkaar te willen zijn. Velen rouwen na deze periode om het verlies van een geliefde. Anderen worstelen met de lichamelijke en geestelijke gevolgen van corona. En weer anderen, oud én jong, kregen te maken met eenzaamheid en depressie. Gelukkig konden en kunnen velen met hun zorgen en verdriet terecht bij mensen in hun omgeving.

Aanvullend zijn er overal in het land initiatieven ontstaan om mensen te helpen en uit hun isolement te halen. Het is belangrijk dat die aandacht voor de gevolgen van corona blijft bestaan, ook in een volgende fase.

Positief is ook hoeveel mensen tijdens de coronacrisis in ons aller belang doorwerkten, vaak onder moeilijke omstandigheden. Nederland is u dankbaar. Dank aan de politiemensen en boa’s die pal staan voor onze veiligheid. Dank aan de militairen die op verschillende plaatsen bijsprongen. Dank aan alle mensen in het onderwijs en de kinderopvang, het openbaar vervoer en de logistiek. Dank aan allen die op welke plek dan ook een bijdrage leverden. En natuurlijk dank aan iedereen in de ziekenhuizen, verpleeghuizen en thuiszorg. Daar is een buitengewone prestatie geleverd.

De komende periode staat in het teken van mentaal en fysiek herstel voor deze beroepsgroep, terwijl tegelijkertijd uitgestelde operaties en behandelingen moeten worden uitgevoerd. Tijdens de coronacrisis is gebleken hoe belangrijk en effectief regionale, nationale en internationale samenwerking en afstemming in de zorg kunnen zijn.

Dat is belangrijk met het oog op de periode na corona, waarin 2 grote vragen beantwoord moeten worden. De 1e is: hoe zorgen we dat we paraat staan voor een volgende pandemie? Daarvoor werkt de regering aan een plan. Dat is per definitie ook een internationaal vraagstuk, want een virus stopt niet bij landsgrenzen. Het belangrijkste is nu dat overal ter wereld voldoende vaccins beschikbaar komen. Nederland neemt daarin verantwoordelijkheid door voor elk vaccin dat hier aan iemand wordt gegeven, er ook een te doneren.

De 2e vraag is hoe de zorg in de toekomst georganiseerd moet worden om toegankelijk, betaalbaar en van hoge kwaliteit te blijven. Nu is de tijd om over deze onderwerpen het gesprek verder te voeren en besluitvorming voor te bereiden.

Gedurende de pandemie zijn groepen die al kwetsbaar waren, nog harder getroffen door alle maatregelen. Denk aan kwetsbare ouderen in een instelling of thuis, of mensen met een zwakke gezondheid of een beperking. Voor hen kwam de kwaliteit van leven in coronatijd nog meer onder druk te staan. Voor veel jongeren en jongvolwassenen dreigt na anderhalf jaar leven met de handrem erop een valse of vertraagde start in opleiding en werk.

In de afgelopen jaren is de nodige aandacht uitgegaan naar het tegengaan van eenzaamheid, de aanpak van schulden en het stimuleren van kansengelijkheid in het onderwijs en op de arbeidsmarkt. Die inzet blijft nodig.

Vooruitlopend op noodzakelijke keuzes voor de lange termijn, stelt de regering tot eind 2023 ruim 8 miljard euro beschikbaar om onderwijsachterstanden in te lopen die in de coronaperiode zijn ontstaan. Het is belangrijk dat scholen daarbij ook aandacht geven aan de sociale en emotionele gevolgen die deze periode op leerlingen en studenten heeft gehad. Voor de jeugdzorg is volgend jaar 1,3 miljard euro extra beschikbaar, om knelpunten op te lossen en tegelijkertijd structurele verbeteringen te realiseren. En ook voor hulp aan mensen met problematische schulden vanwege corona of de toeslagenaffaire, is in de begroting extra geld opgenomen.

De Nederlandse economie staat er gelukkig goed voor, zeker in vergelijking met andere landen. Dat is een compliment aan het innovatieve Nederlandse bedrijfsleven en het geeft perspectief aan mensen die nu aan de kant staan. De doorgevoerde steunmaatregelen voor bedrijven waren ongekend in financiële omvang en reikwijdte, maar hebben wel het beoogde effect gehad. Dit jaar en volgend jaar veert de Nederlandse economie naar verwachting op en de werkloosheid blijft historisch laag, terwijl de staatsschuld door de steunmaatregelen niet uit het lood is geslagen en de koopkracht gemiddeld op peil blijft.

In het Caribisch deel van ons Koninkrijk is het leven voor veel mensen door corona moeilijker geworden, omdat de eilandeconomieën hard zijn geraakt door de enorme terugval in het toerisme. Voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba – samen Caribisch Nederland – gelden economische steunmaatregelen vergelijkbaar met die in ons land. Met de landen Curaçao, Aruba en Sint Maarten zijn afspraken gemaakt om te bereiken dat financiële steun leidt tot een economie die weerbaarder en schokbestendiger is. In het gesprek daarover is het belangrijk steeds de eensgezindheid te zoeken. Dat maakt ons Koninkrijk als geheel sterker.

De intrinsieke kracht van de Nederlandse economie biedt ruimte om verder te bouwen aan het Nederland van morgen. De realiteit daarbij is wel dat veel vraagstukken de grenzen van één kabinetsperiode overstijgen. Of de grenzen van ons land. Of beide.

De overspannen woningmarkt is een belangrijk voorbeeld van een binnenlands thema dat niet in 1 periode oplosbaar is. Hoe wordt een betaalbare woning weer bereikbaar voor iedereen en vooral voor starters? De regering heeft daaraan de afgelopen jaren gewerkt via afspraken met gemeenten en provincies en met extra geld voor nieuwbouw. De uitvoering van dat beleid loopt door in het parlementaire jaar dat voor ons ligt. Door eerdere financiële impulsen worden meer dan honderdduizend nieuwe woningen gebouwd. De regering stelt nog eens 1 miljard euro extra beschikbaar om te zorgen dat er doorgebouwd kan worden.

Ook het Nationaal Groeifonds overstijgt de grenzen van deze kabinetsperiode. In de 1e ronde is dit jaar ongeveer 4 miljard euro vrijgemaakt, onder andere voor infrastructuur en voor projecten in de sfeer van kunstmatige intelligentie en groene waterstof. In de volgende ronde is een bedrag van ruim 7 miljard euro beschikbaar.

Voor natuur en biodiversiteit en de terugdringing van de stikstofuitstoot zijn tot 2030 al forse bedragen beschikbaar gesteld. Daarmee worden ook volgend jaar investeringen in natuurontwikkeling, schonere stallen en opkoopregelingen gedaan. Het is nodig dat er een goed toekomstperspectief blijft voor Nederlandse boeren, die zo belangrijk zijn voor onze voedselvoorziening en een vitaal platteland. Tegelijkertijd is het belangrijk in kaart te brengen wat er nodig en mogelijk is om ook perspectief te bieden voor infrastructuur, economie en woningbouw. Daaraan blijft de regering werken.

Van de onderwerpen die zowel de grenzen van een kabinetsperiode als onze landsgrenzen overstijgen, is klimaatverandering zonder twijfel het meest dringend. Deze zomer kwam het International Panel on Climate Change met een harde en uitermate zorgelijke waarschuwing. De klimaatverandering en de stijging van de zeespiegel gaan veel sneller en zijn veel ernstiger dan eerder voorzien. Dat raakt onze veiligheid, natuur en leefomgeving, maar bijvoorbeeld ook het wereldwijde armoedevraagstuk en toekomstige migratiestromen.

In Nederland houdt de bescherming tegen hoogwater uiteraard de allerhoogste prioriteit. De grootschalige overstromingen in Limburg zijn voor de regering aanleiding om in overleg alle geplande maatregelen opnieuw tegen het licht te houden en te kijken of en waar versnelling nodig is.

Met het Klimaatakkoord en de Klimaatwet is in deze regeerperiode in ons land een belangrijke aanzet gegeven voor het terugdringen van de CO2-uitstoot. De uitvoering van de gemaakte afspraken is in volle gang. Maar dat neemt niet weg dat de gerechtelijke uitspraak in de zogeheten Urgenda-zaak tot een versnelling dwingt, ook om de doelstellingen van de Klimaatwet te halen. De regering reserveert bijna 7 miljard euro extra voor aanvullende maatregelen, bijvoorbeeld voor verduurzaming van woningen en industrie en om elektrisch rijden verder te stimuleren.

In Europees verband heeft de regering een verhoging bepleit van 49 naar 55 procent CO2-reductie in 2030. Daarnaast steunt zij de doelstelling van klimaatneutraliteit in 2050, zoals vastgelegd in de Europese Green Deal. Het is duidelijk dat de komende jaren extra inspanningen nodig zijn om deze aangescherpte doelstellingen te halen. Tegelijkertijd biedt een ambitieus klimaatbeleid ook kansen: voorop de kans een mooier, schoner en veiliger land na te laten. Maar ook economische kansen, bijvoorbeeld in de export en toepassing van Nederlandse kennis op het gebied van duurzame technologie en waterveiligheid.

Vandaag, op de Internationale Dag van de Vrede, realiseren we ons hoe ruim 75 jaar vrede en internationale samenwerking ons land ongekende welvaart en welzijn heeft gebracht. De internationale inbedding van ons land in de naoorlogse multilaterale wereldorde blijft van wezenlijk belang, want de wereld waarin we leven is meer en meer als de bekende Rubik-kubus. Alles hangt met alles samen. Zo is vrede ook welvaart, klimaat ook veiligheid, armoedebestrijding ook mensenrechten, duurzaamheid ook economie, en internationale stabiliteit ook migratie. Elke draai aan de kubus, elk besluit, werkt door op meerdere terreinen en niveaus.

In dat besef is en blijft Nederland een betrouwbare internationale partner. Omdat het in ons eigen belang is, maar ook vanuit de solidariteit en verantwoordelijkheid die we voelen met en voor andere delen van de wereld. Onze uitgezonden militairen verdienen steun en respect voor de belangrijke en moeilijke taak die zij hierin steeds vervullen, zowel tijdens als na afloop van een missie. De regering stelt structureel extra geld beschikbaar voor de operationele inzetbaarheid van onze militairen en voor hulp aan veteranen die dat nodig hebben.

De lidmaatschappen van de Europese Unie, de NAVO en de Verenigde Naties zijn de hoekstenen van het Nederlandse buitenlands beleid. Het is duidelijk dat Nederland samen met de andere lidstaten van de Europese Unie voor strategische keuzes staat in de relaties met China en Rusland, maar ook in de relatie met de Verenigde Staten. Trans-Atlantische samenwerking blijft de basis onder het Nederlandse veiligheidsbeleid, maar we zullen tegelijkertijd meer moeten investeren in Europees veiligheidsbeleid.

In de Europese Unie ligt de prioriteit onder andere bij corona-herstelbeleid, bij de gezamenlijke klimaataanpak via de Green Deal en bij de bewaking van de Europese rechtsstaat en van de Unie als waardengemeenschap. Die waardengemeenschap is fundamenteel. In de landen van de Europese Unie mag iemands leeftijd, huidskleur, geloof, geaardheid, geslacht of herkomst nooit een reden zijn voor ongelijke behandeling, uitsluiting of andere vormen van discriminatie.

De rechtsstaat is het fundament onder de vrije en democratische samenleving, die al zo lang kenmerkend is voor ons land. Maar die Nederlandse rechtsstaat staat onder druk. De georganiseerde misdaad wordt steeds meedogenlozer en gewelddadiger. De schokkende moord op Peter R. de Vries is in deze ontwikkeling een nieuw dieptepunt.

Het kabinet werkt al langer aan een stevige en meerjarige aanpak die verschillende sporen kent en stelt daarvoor opnieuw extra geld beschikbaar. Criminele organisaties moeten worden opgerold, hun leiders opgepakt en crimineel geld afgepakt. We moeten daarbij ook meer investeren in de aanpak van digitale criminaliteit en veiligheid, omdat de wereldwijde digitale dreigingen op tal van manieren toenemen.

Tegelijkertijd moeten kwetsbare wijken worden versterkt, is het belangrijk dat jongeren via scholing en werk worden toegerust om niet in criminaliteit te vervallen, en moeten mensen worden beschermd die zich voor onze rechtsstaat inzetten. Versterking van de rechtsstaat is per definitie een zaak van lange adem. Hiervoor komt per jaar ongeveer een half miljard euro extra beschikbaar.

Tot slot moet de regering bij dat gesprek over de rechtsstaat en rechtszekerheid de hand in eigen boezem steken. De afhandeling van de aardbevingsschade in Groningen is te lang te stroperig geweest. In de toeslagenaffaire heeft de overheid mensen letterlijk en figuurlijk onrecht gedaan. In beide gevallen geldt: fouten moeten worden hersteld en wie recht heeft op compensatie moet die zo snel mogelijk krijgen. Dat blijft voor de regering absolute prioriteit.

Belangrijk is ook dat de deur van de rechtsstaat voor iedereen openstaat. Het kabinet maakt vanaf volgend jaar extra geld vrij voor de sociale advocatuur. Het antwoord op de dieperliggende vraag hoe het vertrouwen te herstellen, vergt een langere adem en meer aandacht voor de uitvoerbaarheid van beleid.

Leden van de Staten Generaal,

Als elke tijd overgangstijd is, is maatschappelijke verandering een constante. Onze geschiedenis laat dat ook zien. Het komt er steeds op aan, ook in het hier en nu, elke verandering die zich aandient met open vizier tegemoet te treden. Zo bouwen we samen aan een beter land voor volgende generaties.

In dat streven zal de regering de samenwerking blijven zoeken met u, leden van de Staten-Generaal. U mag zich in uw belangrijke werk gesteund weten door het besef dat velen u wijsheid toewensen en met mij om kracht en Gods zegen voor u bidden.

Leden van de Staten-Generaal,

Nooit zal ik de Nationale Dodenherdenking van 4 mei 2020 vergeten. Het was onwerkelijk en zeer realistisch tegelijk: die bijna lege Dam, de stilte nog oorverdovender dan anders, en het besef dat de viering van 75 jaar vrijheid noodgedwongen een ingetogen karakter had gekregen. Door het coronavirus werd dit voorjaar ineens alles anders. Ook deze anders-dan-anders-Prinsjesdag op anderhalve meter afstand, niet in de Ridderzaal, en met minder mensen, tradities en uitbundig rood-wit-blauw, maakt dat tastbaar.

Mijn bewondering en dank gaan uit naar iedereen die in de zorg en elders in de samenleving al het mogelijke deed om de coronacrisis het hoofd te bieden. Verpleegkundigen en schoonmakers, boa’s en defensiepersoneel, supermarktmedewerkers en mensen in het openbaar vervoer. Ik wil daarnaast mijn steun en medeleven betuigen aan hen die door corona zijn getroffen, of die een geliefde moeten missen. Maar ook voor wie dat niet geldt, is de impact enorm. Corona raakt ons allemaal. Van Terschelling tot Aruba. Jong en oud. Mensen met een beperking vaak nog harder dan anderen. Corona raakt ons in school en werk. In het gemis van een aanraking. En vooral: in ons gevoel van veiligheid en vertrouwen. Want geen eindexamen kunnen doen, een begrafenis in zeer kleine kring, niet op bezoek kunnen bij je man of vrouw in het verpleeghuis, als ondernemer ineens je levenswerk verliezen, of je baan – het is allemaal enorm ingrijpend. Voor al die gevoelens van stress, eenzaamheid en verlies moet ruimte zijn en erkenning. Binnenkort geven we daar in het hele Koninkrijk in verbondenheid uitdrukking aan onder de noemer ’aandacht voor elkaar’.

Toch gebeurt er deze maanden ook veel goeds. We waarderen meer het land waarin we wonen. Het weefsel van onze samenleving is opnieuw sterk gebleken. Het blijft bijzonder hoe Nederlanders er voor elkaar zijn als de nood aan de man komt. Bijzonder was ook hoe we in een paar maanden samen voor elkaar kregen dat de grootste beperkingen konden worden opgeheven. En bijzonder is de veerkracht van ondernemers die op allerlei creatieve manieren hun bedrijf draaiende hielden, van leraren die hun leerlingen online gingen begeleiden, en van ouders die plotseling werk en onderwijs thuis combineerden. Nederland heeft in de coronacrisis bewezen verantwoordelijk, saamhorig en flexibel te zijn. Laat ons dat volhouden zolang dat nodig is. En laat ons daar vertrouwen aan ontlenen voor de toekomst.

Want juist in tijden van plotselinge schokken is het zaak oog te houden voor de lange termijn. Dat zijn we verplicht aan de jongeren, die de laatste maanden niet alleen moesten inleveren op hun leven nu, maar ook op hun vooruitzichten voor straks.

Een 94-jarige veteraan maakte veel los met een ingezonden brief waarin hij de jongeren van Nederland opriep vol te houden en solidair te zijn met zijn generatie. Een 18-jarige student schreef hem terug hoe dankbaar hij was voor de vrijheid en alle mogelijkheden waarmee hij en zijn leeftijdgenoten opgroeien. Maar hij schreef ook hoezeer zij die vrijheid nu missen, hoe zij sleutelmomenten in het leven zomaar zien passeren en hoe extra onzeker de toekomst door de coronacrisis voelt.

Die onzekerheid is er op het gebied van opleiding, wonen en werk. Tegelijkertijd is er de zorg over overkoepelende problemen als klimaatverandering, die door corona niet minder urgent worden. Deze brief raakt de kern van Prinsjesdag, want perspectief voor de toekomst begint altijd in het hier-en-nu. Dat is de spiegel die de volwassenen van morgen voorhouden aan de volwassenen van vandaag.

In dat besef maakt de regering de keuze in deze onzekere tijd niet te bezuinigen, maar juist te investeren in baanbehoud, goede publieke voorzieningen, en een sterkere economische structuur en een schoner land nu en straks. Op die pijlers rusten de plannen van de regering voor het komende jaar.

De Nederlandse economie en overheidsfinanciën zijn veerkrachtig. De laatste jaren is een financiële buffer opgebouwd waarvan we nu de vruchten plukken. Deze publieke spaarpot maakt de gezondheidseffecten van het coronavirus niet minder heftig, maar maakte de eerste directe economische gevolgen wel beter draagbaar.

Nu moeten we ons schrap zetten voor de gevolgen van een zware economische terugslag, die ook doorwerkt in de economie en overheidsfinanciën op lange termijn.

Hoe precies, hangt af van de vraag tot wanneer en in welke mate het coronavirus ons in zijn greep blijft houden. Maar alle recente cijfers en ramingen zijn ongekend in vredestijd. Met een historische krimp van ruim 5 procent in 2020. Met een historische omslag van een overschot op de rijksbegroting naar een tekort van 7 procent in 1 jaar. En met een verdubbeling van de werkloosheid ook in 1 jaar.

Onze belangrijkste handelspartners in Europa en wereldwijd hebben te kampen met een economische terugval die vaak nog groter is. Voor een open en op handel en export gericht land als Nederland is dat, zeker na brexit, een extra complicatie.

De internationale gevolgen van de coronacrisis kunnen moeilijk worden overschat, niet in economisch en niet in geopolitiek opzicht. Er lijken nog diepere groeven te worden getrokken tussen de grootste machtsblokken in de wereld.

In het jaar van 75 jaar Verenigde Naties domineert helaas steeds vaker het nationale eigenbelang en is de multilaterale wereldorde verder onder druk komen staan. Voor de Nederlandse regering staat buiten kijf dat goed functionerende internationale instellingen en internationale samenwerking noodzakelijk zijn om problemen aan te pakken die geen land of regio alleen de baas kan. Dat geldt voor vraagstukken van vrede en veiligheid, voor de klimaatcrisis en de toekomst van onze energievoorziening, voor armoedebestrijding en nu ook voor de bestrijding van het coronavirus.

Ons land neemt hierin verantwoordelijkheid. Dat is zowel een morele plicht als welbegrepen eigenbelang. Nederland blijft steun geven aan de kwetsbaarste regio’s in de wereld, die zwaar door corona zijn getroffen.

Daarnaast blijft de regering werken aan versterking van de operationele inzet van Nederlandse militairen. Het is duidelijk dat de wereld zich, over de coronacrisis heen, moet voorbereiden op de mogelijkheid van een volgende pandemie of een andere externe schok. Corona leert ons dat we ook internationaal samen sterker staan in een crisis als deze.

In Europees verband geldt dat de toenemende geopolitieke onzekerheid en de coronacrisis het belang van samenwerking en een eendrachtig optreden naar buiten toe alleen maar vergroten. De inbedding in de Europese Unie en de interne markt staan aan de basis van de Nederlandse welvaart, rechtszekerheid en veiligheid.

Het is waar dat Europese samenwerking vaak gepaard gaat met stevige discussies, waardoor verschillen tussen landen soms worden uitvergroot. Toch brengen de overeenkomsten en de gedeelde belangen de lidstaten altijd weer bij elkaar.

Zo werkt Nederland intensief samen met andere Europese landen om de ontwikkeling en beschikbaarstelling van een vaccin te versnellen. Met het Europees herstelfonds kunnen lidstaten voor de korte termijn de gevolgen van de coronacrisis beter opvangen en voor de lange termijn werken aan structurele economische hervormingen.

Het is een vorm van solidariteit die 2 kanten op werkt: van buren die elkaar vanzelfsprekend helpen in tijden van nood, maar die in eigen land ook stappen zetten en hervormen om bij een volgende crisis allemaal beter voorbereid te zijn.

In ons land konden met extra overheidsuitgaven de 1e gevolgen van de coronacrisis voor de bedrijven en de werkgelegenheid worden opgevangen. Voor de korte termijn is 2 keer een pakket steunmaatregelen ingezet waarmee lonen zijn doorbetaald en faillissementen en grootschalige ontslagrondes zoveel mogelijk konden worden voorkomen.

Het 3e pakket, dat beschikbaar is vanaf 1 oktober, heeft een looptijd van 9 maanden. Behoud van zoveel mogelijk banen blijft het doel. Maar na de fase van noodsteun is het nu ook belangrijk dat mensen door scholing en training de overstap kunnen maken naar sectoren waar een tekort aan personeel is, en dat bedrijven zich aan kunnen passen aan de nieuwe realiteit.

Met een aanvullend pakket van bijna een half miljard euro voor kunst en cultuur onderstreept de regering het grote maatschappelijke belang van deze sector.

De steun voor het openbaar vervoer wordt voortgezet, omdat veel mensen voor hun dagelijkse bezigheden afhankelijk zijn van bus, trein, tram en metro. Voor gemeenten komt bijna 800 miljoen euro extra beschikbaar, bijvoorbeeld voor buurthuizen, sociale werkvoorziening, culturele instellingen, en voor het coronaproof organiseren van de verkiezingen. Zo werken medeoverheden en Rijk als één overheid samen in deze crisis.

Met de zwaar getroffen Caribische delen van het Koninkrijk wordt gesproken over welke steun onder welke voorwaarden kan worden verleend. Het doel is de bevolking nu te steunen en bij te dragen aan toekomstige economische zekerheid en maatschappelijke stabiliteit. Humanitaire steun blijft steeds beschikbaar.

Bij de start van deze periode koos de regering voor versterking van publieke voorzieningen. Het belang hiervan is door corona eerder toe- dan afgenomen. Investeren in veiligheid, bestaanszekerheid en een aantrekkelijke leefomgeving draagt bij aan bestrijding van de crisis, aan de veerkracht van de economie en aan vertrouwen in de toekomst. In de plannen van de regering is dat op verschillende plaatsen zichtbaar.

Nergens wordt de verantwoordelijkheid voor de toekomst van onze kinderen en jongeren directer gevoeld en waargemaakt dan voor de klas en in de collegezalen. Het onderwijs heeft extra geld gekregen om in de grote steden volgende stappen te kunnen zetten in de aanpak van het lerarentekort. Na een uitzonderlijk voorjaar met lege klassen is ook 500 miljoen euro beschikbaar om onderwijsachterstanden weg te werken. Daarmee kunnen bijvoorbeeld extra bijlessen worden gegeven.

Met een bedrag van 5 miljard euro wil de regering de komende jaren de problemen rond stikstof aanpakken. Het geld dat nu beschikbaar komt, kan onder andere worden ingezet voor natuurherstel en de aanpassing van stallen. Dat is nodig voor de natuur, waarvan we allemaal genieten en die we moeten koesteren voor later. Het is nodig voor een gezonde en innovatieve toekomst van de Nederlandse landbouwsector, die ook in tijden van crisis zorgt voor een betrouwbare voedselvoorziening. En het is nodig om ruimtelijke ontwikkelingen in de sfeer van woningbouw en infrastructuur mogelijk te maken.

Opgeteld wordt bijna 2 miljard euro aan geplande investeringen voor infrastructuur, woningbouw en onderhoud en verduurzaming van rijksgebouwen naar voren gehaald. Goede mobiliteit schraagt de economie. Bouw en woningmarkt krijgen een steun in de rug door bouwprojecten eerder uit te voeren.

De vraag naar woningen blijft groot. Onder regie van het Rijk wordt de woningbouw versneld. Starters hoeven de komende vijf jaar geen overdrachtsbelasting te betalen. De regering stelt voor de huur te verlagen voor mensen met een laag inkomen in een dure corporatiewoning.

De rechtsstaat is het belangrijkste publieke bezit van de samenleving. Het is de basis onder een democratisch land dat sociaal en economisch sterk is en waarin kansengelijkheid als norm geldt. Een jaar geleden werd Nederland geschokt door de brute moord op advocaat Derk Wiersum. Op die dag werd eens te meer manifest hoezeer georganiseerde criminaliteit de maatschappij ondermijnt. Voor de niet-aflatende strijd daartegen is volgend jaar opnieuw extra geld beschikbaar, onder andere voor een nieuw gespecialiseerd team waarin de kennis en kracht van justitie, Belastingdienst en defensie worden gebundeld.

Een wezenlijke bedreiging voor de kwaliteit van de rechtsstaat is dat in ons land iemands huidskleur of naam nog te vaak bepalend is voor zijn of haar kansen. Dat is onaanvaardbaar. Het maatschappelijk debat hierover schuurt soms, maar kan ons ook verder brengen in de strijd tegen discriminatie, racisme en ongelijke behandeling. Bestaande verschillen overbruggen begint bij de bereidheid naar elkaar te luisteren.

De regering realiseert zich hoe cruciaal in het publieke domein het vertrouwen is in het handelen van de overheid zelf. De overheid moet naast mensen staan, niet tegenover mensen. Daarom is het zo belangrijk dat de inwoners van Groningen die door de aardbevingen zijn getroffen zo snel mogelijk kunnen rekenen op herstel van de geleden schade en versterking van hun huizen, en is de regering er alles aan gelegen de gedupeerde ouders in de toeslagenaffaire snel te compenseren. Investeren in de kwaliteit van de publieke dienstverlening blijft noodzakelijk.

Voor de lange termijn zijn in deze periode richtinggevende keuzes gemaakt in het Pensioenakkoord en het Klimaatakkoord. Als de noodzakelijke solidariteit tussen jong en oud ergens gestalte krijgt, dan wel rond deze twee thema’s. De uitwerking en uitvoering van beide akkoorden vraagt een lange adem. Het pensioen wordt persoonlijker en transparanter. Door nu te hervormen, kan er straks voor iedereen een goed pensioen zijn. De regering hoopt in 2021 het wetsvoorstel voor de vernieuwing van het pensioenstelsel in te dienen.

Het perspectief van het Klimaatakkoord en de Klimaatwet is een vermindering van de CO2 -uitstoot met minimaal 49 procent in 2030, op weg naar een klimaatneutraal Nederland in 2050. Later dit najaar verschijnt de eerste Klimaatnota. Voor komend jaar zitten er verschillende maatregelen in het vat, zoals een CO2-heffing voor de industrie, een kleiner aandeel van kolencentrales in de elektriciteitsproductie, en maatregelen om de circulaire economie, waarin afval weer grondstof wordt, te stimuleren.

Daarbovenop wil de regering een vliegende start maken met het Nationaal Groeifonds. Dit fonds is er voor het toekomstig verdienvermogen van ons land en daarmee voor de welvaart van morgen. Met het fonds wil de regering investeren in kennisontwikkeling, innovatie en infrastructuur. Dat laatste omvat naast wegen en spoor ook de digitale snelweg en de infrastructuur voor energie. De unieke schaal en de looptijd van het fonds maken het mogelijk Nederland welvarender, schoner en duurzamer over te dragen aan de jongeren van nu. Voor de komende 5 jaar is een bedrag van 20 miljard euro beschikbaar.

Tot slot is door het coronavirus nog duidelijker geworden hoe belangrijk het is ervoor te zorgen dat ook voor volgende generaties de beste zorg beschikbaar blijft.

Uit vele internationale vergelijkingen blijkt dat de Nederlandse zorg van wereldklasse is. Maar dat neemt niet weg dat er een grens is aan de spankracht van de zorginstellingen en de mensen die er werken. Voor de korte termijn moeten we daar lessen uit trekken om voorbereid te zijn op een mogelijke 2e golf. Voor de lange termijn dringen zich andere lessen op, die bijvoorbeeld te maken hebben met de organisatie van de zorg en de werkdruk van het zorgpersoneel, de vraag of meer zorg op afstand mogelijk is en de noodzaak van preventie en zorginnovaties.

Het kabinet komt met voorstellen om zoveel mogelijk mensen voor de zorg te behouden en nog meer mensen te verleiden voor deze sector te kiezen, bijvoorbeeld met meer doorgroeimogelijkheden, minder administratie en meer zeggenschap. De waardering voor de werkers in de zorg komt ook tot uitdrukking in een extra bonus voor extra inspanningen, dit jaar en volgend jaar.

Leden van de Staten-Generaal,

De coronacrisis stelt ons ernstig op de proef in alles wat van waarde is: gezondheid, werk, familie en vriendschappen. En we realiseren ons: juist nu wordt gezamenlijkheid en verantwoordelijkheid gevraagd.

Bij elke generatie leven in deze tijd specifieke zorgen en vragen. Maar precies in de verbondenheid tussen generaties kan iedereen, jong en oud, op zijn of haar eigen plaats een bijdrage leveren om deze moeilijke periode te boven te komen. Onze belangrijkste zekerheid is dat Nederland economisch, sociaal en mentaal steeds veerkracht toont.

De opdracht in het parlementaire jaar dat vandaag begint, is over deze crisis heen de toekomst te blijven zien en te blijven werken aan perspectief voor alle generaties. U mag zich in uw werk gesteund weten door het besef dat velen u wijsheid toewensen en met mij om kracht en Gods zegen voor u bidden.
